|
|
Johannes
Reinhardt Hubertus Eijsbroek en zijn tienjarige marine bestaan

De
'Bloedhond'
Alle
foto's zijn uit de collectie van het institiuut voor maritieme historie van
de Koninklijke Marine
1-1-1890
wordt Eijsbroek vermeld als leerling machinist der tweede
klasse.
Dan is de
volgende plaatsing van leerling Johannes Eijsbroek op het monitorschip 2e klasse
'Bloedhond'.
Dit soort schepen was speciaal gebouwd voor de verdediging van
riviermondingen en andere ondiepe kustwateren omdat ze zeer weinig diepgang
hadden.
Voortstuwing 2 direkt werkende machines van 680 pk, 2 Griffith-schroeven,
snelheid 7.5 knoop.
Op hetzelfde schip in dat jaar, periode 1-7 t/m 15-11
wordt Johannes nu vermeld als leerling machinist der eerste klasse op 22,50 's
maands.

Dan begint het grote werk!
Op 15-11-1890 wordt Johannes op twintigjarige leeftijd
geplaatst op het schroefstoomschip der 1e klasse 'De Ruyter'.
De kiel
werd gelegd te
Amsterdam in 1879 en uiteindelijk pas in 1885 in dienst gesteld als operationeel
oorlogsschip.
Voortstuwing: compound machine (Sell's systeem), 6 vlampijpketels,
3.059 pk,
1 vierbladige schroef, 14.5 knoop, 1 schoorsteen + 3 masten, uiteindelijk
24 kanonnen van divers kaliber, bemanning 298 koppen.
De eerste reis van het
schip ging nog zonder Johannes naar Nederlands Indië.
Als het schip op 5-9-1890 is terug gekeerd in
Den Helder, monstert Johannes twee maanden later aan als leerling machinist 1e
klasse.
De tijd voordat het schip opnieuw uitvaart kan Johannes goed gebruiken
om zich in te werken op zijn eerste grote oorlogsschip.
Zijn eerste reis vangt aan op
20-3-1891 om via Vlissingen de oversteek te maken naar West Indië, via de
Suriname-rivier naar Willemstad.
Van 10-5-1891 t/m 14-2-1893 zal 'De Ruyter'
daar blijven als stationsschip te Curacao.
Binnen
deze
periode t/m 23-3-1892 vaart Johannes rond in de West Indische wateren.
Op
5-3-1892 vindt er een overlijdensgeval plaats op 'De Ruyter' aangaande de
leerling-machinist 1e klasse I.J. Klingen.
Johannes moet hem heel goed gekend
hebben.
De
'Johan Willem Friso' verlaat Den
Helder naar Indië
Johannes stapt in de 'West' op 23-3-1892
over op (nog steeds als leerling 1e klasse) het schroefstoomschip 1e klasse
'Johan Willem Friso'.
Dit schip komt aanvaren van Simonsbaai (Zuid
Afrika) en arriveert op 11-3-1892 te Willemstad.
Op 26-3 verlaat het schip Willemstad om via Havana op
15-5-1892 de
thuishaven Den Helder binnen te lopen.
Dit schip is vrijwel hetzelfde type met
iets minder machine-vermogen dan de 'De Ruyter' en werd in dienst gesteld op 1-2-1888.
Na aangekomen te zijn in Den Helder blijft Johannes voorlopig op de 'Friso' dienen.
Na een kleine drie maanden en op een zomerse dag (7-8-1892) verlaat de 'Friso' opnieuw de thuishaven om via Vlissingen
en de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee te vertrekken met als eindbestemming
Genua waar het schip op 25-8-1892 voor anker gaat.
Het schip wordt daar
(8-9-1892) opgenomen in een internationale vloot.
Op 10-9-1892 volgt een
historische optocht ter herdenking van de ontdekking van Amerika.
Op 18-9-1892
vertrekt het schip vandaar via La Spezia naar Huelva (zuidwestkust van Spanje).
Op 12-10-1892 opnieuw een vlootrevue ter herdenking van
Columbus.
Twee dagen
later gaat de reis via vele havens terug naar Den Helder waar het schip op een
laat-winterse dag arriveert (25-2-1893).
Tijdens deze Middellandse-Zee cruise
van Johannes stapt zijn oudere zuster Johanna Angenita in het huwelijkse bootje
met zijn marine-collega Jacobus Hardebol (27-10-1892).
Aangedane havenplaatsen:
Malta - Port Said - Alexandria - Toulon - Gibraltar - Funchal(Madeira) - Den Helder.
Van 16-4-1893 t/m 04-11-1894 wordt het schip te Den Helder uit dienst gesteld en in conservatie
genomen.
Johannes blijft deze periode zorg dragen voor de machinekamer van de
'Friso'.
In deze periode op 1-11-1893 wordt Johannes bevordert tot machinist
der derde klasse en is zijn leerlingentijd eindelijk voorbij.
In deze
periode van meer dan een half jaar heeft Johannes vast nog wel elders zijn
vakbekwaamheden getoond maar aangezien zijn staat van dienst (nog) niet boven
water is blijft dat gissen.
Verondersteld mag worden dat hij zijn familie in
deze periode heeft kunnen bezoeken.
Hij was wellicht in de gelegenheid het
huwelijk van zijn jongere zuster Jacoba Johanna met Frederik Christensen bij te
wonen op 23-8-1894 te Utrecht.
In september 1893 kon hij ook zijn zwager
uitzwaaien die het machinstenberoep "voor gezien hield".
Jacobus Hardebol was
nu bijna 1 jaar met zijn zuster gehuwd en kon overstappen naar een
marinebaan aan de wal (Opzichter Fortificatiën).
Op 5-11-1894 gaat Johannes opnieuw buitengaats met de 'Friso'.
Het schip zal pas op
29-7-1895 terug keren in Den Helder.
In Vlissingen
aangekomen, bij het onder stoom gaan, ontstaan scheuren in de 'stoomleibuis'
waardoor het vertrek naar Indië een grote vertraging ondergaat.
23-11-1894 kan
eindelijk het anker gelicht worden.
Aankomst te Bahia op 23-12-1894.
Van
Bahia op 1-1-1895 vertrekt de 'Johan Willem Friso' samen met de 'Van
Speyk' naar Oost-Indië.
De
'Tromp' verlaat de haven van Den Helder
Tijdens de reis van de 'Friso' stapt Johannes over op een ander schip om
uiteindelijk terecht te komen op het schroefstoom-schip der 1e klasse "Tromp".
Dit schip is vergelijkbaar met de vorige twee schepen.
2 horizentaal direkt
werkende expansie machines (gebouwd Ned.Stoomb.Mij. te Fijenoord), 4
vlampijpketels, 2.329 pk, 1 vierbladige schroef, 13.69 knoop, 2 schoorstenen en 3
masten, 28 kanonnen van divers kaliber, 300 koppen bemanning, gebouwd in
Amsterdam en in dienst gesteld op 1-9-1882.
De 'Tromp' nam o.a. deel aan de
Lombok-expeditie('s) (in deze oorlog
is zeer hevig gevochten)
samen met de 'Prins Hendrik der Nederlanden' - 'Koningin
Emma der Nederlanden' - 'Sumatra' en
'Borneo' gedurende de periode van 6-7-1894 t/m 9-12-1894.
De Tromp vertrok (na gedane arbeid) samen met de 'Sumatra' naar Soerabaja.
Ging daarna weer
terug naar Ampenan en keerde opnieuw terug naar Soerabaja.
Het
schip werd vervolgens ondergebracht in het auxiliair(hulp/reserve) eskader van ktz F.K.
Engelbrecht te Soerabaja.
2 dagen voor de 'Tromp' van Soerabaja opnieuw vertrekt, dit keer voor een missie
naar Atjee, monstert Johannes aan op dit schip.
Zijn laatst bekende schip was de 'Johan Willem
Friso'.
Het is niet duidelijk met
welk schip hij te Soerabaja is gearriveerd.
De 'Friso' kwam pas op 23-3-1895 aan
te Tandjong Priok. Voor de hand ligt dat hij onderweg is overgestapt op een ander schip
welke rechtstreeks naar Soerabaja is
gevaren of dat de 'Friso' eerst naar Soerabaja gevaren is, wat niet bleek uit de
documentatie.
10-3-1895 stoomt de 'Tromp' op naar Atjeh.
Op 20-3-1895 aankomst te
Oleh-leh.
25-3-1895 In
de scheepsmacht in de wateren van Atjeh: Ktz (Kapitein ter Zee) F.K. Engelbrecht
(vlag).
Over de periode van het schip tussen 26-3-1895 t/m 15-9-1895 zijn voorlopig
geen gegevens bekend.
De 'Gedeh' als wachtschip te Tandjong Priok
Op 15-9-1895 monstert de nu 25jarige Johannes Eijsbroek
aan op het wachtschip 'Gedeh' te Tandjong
Priok.
Dit was een zgn "gladdekskorvet".
De kiel werd gelegd te
Soerabaja en het werd in 1875 in dienst gesteld.
Tonnage 1.421, lengte 77 m.
diepte 3,75 m.
Bemanning 161 (122 Europeanen en 39
inlanders), bewapening 9 kanonnen van divers kaliber.
Pantserschip
'Prins Hendrik' in Indische wateren
Op 1-6-1896 (Johannes is dan bijna
26 jaar) monstert hij aan op de 'Prins Hendrik
Der Nederlanden', een pantserschip van al krasse leeftijd.
Gebouwd in
Engeland, 3375 ton, 2 horizontale 2-cilinder machines met een vermogen van 2.425
ipk, 2 schroeven, 12 kn, 1 schoorsteen, 3 masten met barktuig, materiaal: ijzer,
230 later 267 koppen bemanning, 8 kanonnen van divers kaliber.
Het werd in
1867 in dienst gesteld.
Johannes stapt aan boord te Tandjong Priok en vertrekt
met het schip op 9-6-1896 naar Makassar, 5-7-1896 aankomst Ampenan,
6-8-1896
aankomst Soerabaia. Opnieuw vertrekt Johannes richting Atjeh waar het schip te
Oleh-leh op 14-9-1896 arriveert.
Het schip blijft langere tijd in deze wateren
actief.
Aankomst in de Loh Tiba-baai alwaar troepen worden ontscheept en een
landingsdivisie aldaar een strandbivak bezet.
Opnieuw terug naar Oleh-leh en
weer terug met troepen ter aflossing van de landingsdivisie in het strandbivak.
Aankomst te Lehong en weer terug om opnieuw in het Auxiliair eskader
rond te kruisen in de Noord Sumatraanse wateren.
Johannes Eijsbroek zat in die
periode met z'n neus bovenop de "Atjeh-oorlog".
(Op 6-8-1897 ging het schip in
divisie)
In de voorgaande periode (11-1896) wordt Johannes bevorderd tot machinist
2e klasse.
Ceram
Al eerder dan het schip in divisie gaat ziet Johannes kans
uit het oorlogsgebied weg te komen want hij solliciteert met succes naar een functie op het
raderschip 'Ceram' welk schip inmiddels ook een bijdrage leverde in de
Atjehse wateren.
Het jaar dat Johannes diende op de 'Prins Hendrik' zal
naar inschatting behoorlijk zwaar zijn geweest.
Ook op zee in deze wateren is
het flink warm en heerst er een hoge luchtvochtigheidsgraad.
In de
(kolen gestookte) machinekamer is het nog een stukje warmer
en je kunt al die tijd aan
boord ook geen kant op.
En dan al die jonge kerels zonder een spoor van
vrouwelijk schoon in de verste omgeving.
Een moeilijk voor te stellen
omstandigheid als je dit afrekent naar de huidige leefomstandigheden bij onze
krijgsmacht en marine!
Op 8-6-1897 stapt Johannes bij Oleh-leh op 26jarige leeftijd aan boord van dit
570 ton metende schip.
De 'Ceram' is een schroefstoomschip 4e klasse en werd in
1893
flottieljevaartuig. Het werd gebouwd te Vlissingen en in 1887 in dienst gesteld.
Vermogen 800 ipk, snelheid 12.8 knoop, bewapening 7 kanonnen van divers kaliber,
bemanning 82 (59 Europeanen en 23 inlanders)
Hij vertrekt van Oleh-leh op 10-6-1897
naar Penang, waar op 22-6 wordt het 60jarig regeringsjubileum van Koningin
Victoria van Engeland wordt gevierd.
Opnieuw naar Oleh-leh en weer terug via Poelau Weh
naar Penang.
Eindelijk is het gebeurd voor het schip in deze wateren en op
23-9-1897 vertrekt Johannes met de Ceram naar Tandjong Priok waar hij 7 dagen later
arriveert.
Op 12-10-1897 komt het schip aan te Soerabaja.
Johannes moet nu nog
een dik half jaar dienen voor zijn dienstverband van tien jaar erop zit.
Hij is
nu nog maar 27 jaar en heeft al een behoorlijke levenservaring opgedaan.
Vermoedelijk verlangt Johannes wel naar een baan aan de wal met alle meerdere
comfort wat dit met zich meebrengt en vooral de zgn. 'privacy'.
En niet in de
laatste plaats zijn verlangen naar een vriendin!
Het
wachtschip 'Bromo' voor de Indische kust
Zijn èèn na laatste schip wordt op 1-11-1897 het wachtschip 'Bromo' waarop hij een
half jaartje zal dienen.
Het is een rader stoomschip der 2e klasse van de
Indische Militaire Marine waarvan de kiel gelegd werd te Amsterdam en in 1875 in
dienst werd gesteld.
Tonnage 1.524, lengte 160 en diepgang 4 meter.
Het vermogen bestond uit 950
epk, het bezat schroeven en
geen raderen maar nog wel de kasten daarvan.
Snelheid een povere 8 knoop, 1
schoorsteen en 3 masten, bewapening 6 kanonnen van divers kaliber, bemanning in
een later stadium 103 Europeanen en 33 inlanders.
'Koningin
Emma der Nederlanden' in Indië
Twee maanden heeft Johannes Eijsbroek nog even op de 'Koningin Emma Der Nederlanden'
gediend van 4-4-1898 t/m 4-6-1898.
Dit was ook weer een schroefstoomschip 1e
klasse en heeft een belangrijk deel van haar bestaan doorgebracht in de
Indische wateren.
Het voortstuwingsmechanisme bestond uit 1 horizontale direct werkende expansie machine, 4
vlampijpketels , 2.732 pk, 1 schroef, snelheid 14.1 knoop,
bewapening 14 kanonnen van divers
kaliber, 4 spartorpedo's en 7 voortorpedo's, 2 schoorstenen en 3 masten.
Gebouwd te Amsterdam en in 1880 in dienst gesteld.
Op 5-4-1898 vaart Johannes vanuit
Soerabja naar het Westgat.
Het schip neemt deel aan een sleeptocht (met de 'Atjeh'
en de 'Edi') van het 3.000 tons dok naar de Sabang-baai.
Ook het gouvernements
stoomschip 'Zeeduif' is aanwezig.
Op 29-4-1898 benoorden de sabang-baai wordt de
sleep aan de 'Mataram' en de 'Nias' overgedragen.
4-1898 aankomst in de
Sabang-baai.
Vertrek via Oleh-leh naar Soerabaja waar wordt afgemeerd op 3-6-1898.
Hier gaat Johannes weer van boord om de laatste 16 dagen van zijn
marinetijd uit te dienen op de 'Bromo'.
Op de 21ste juni
1898
zwaait
Johannes af.
Gegevens van de militaire loopbaan van
Johannes Reinhardt Hubertus Eijsbroek en de
gegevens van de betreffende schepen zijn verzameld en ter beschikking gesteld
door het Marine Museum te Den Helder, waarbij wij vooral de heren
Leon Homburg
en Maarten Bakker mogen bedanken,
alsmede voor de overige algemene informatie
aangaande de machinisten-bijzonderheden tijdens hun opleiding.
http://www.marinemuseum.nl/
Verder zijn er gedeeltes overgenomen uit de boekwerken
'150 jaar stoom bij de KM' en bijbehorend
gedenkboek aangaande het machinistenkorps van hetzelfde wapen.
link
:
varen,
zeil of stoom?

|