INHOUD
Bijlagen 3
BIJLAGE 1: Chronologisch
overzicht
18 oktober 1945: Opkomst
te Cholburry van de vrijwilligers ex-krijgsgevangenen van het oude K.N.I.L.
1 november 1945:
Begin van heropleiding in de moderne oorlogsvoering onder een Britsch
instructeur.
31 december:
Opleiding beëindigd; afwachting op nadere orders voor vertrek.
14 februari 1946:
Embarkement op de reede van Ban-Seng in het Engelsche transportschip "RAJULA"
met bestemming Bali en Lombok.
februari: Te
Singapore overgestapt op 't Engelsche transportschip "SAINFOIN".
februari / maart:
Ter reede van Soerabaia verbleven.

militairen aan boord van de 'Sainfoin'
2 maart: 2e
Compagnie van het IIe Bataljon debarkeert op de reede van Sanoer; de rest
blijft aan boord.
3 maart: Debarkement
ter reede van Benoa; met volgende dislocatie: Bn.Staf=Stafcie Denpasar / 1e
cie Denpasar / 2e cie Koeta vliegveld / 3e cie Gianjar / 4e cie Denpasar / 5e cie
Denpasar.
5 maart:
2e cie en 4e cie vertrekken naar Singaradja. De 5e cie naar Tabanan.
17
maart: 1e cie
vertrekt naar Negara. Medio maart worden de volgende detachementen betrokken:
Pempetan (1 pel. van 2 cie) Penebel, Antosarie 5 cie.
21 maart:
Detachement te Batoeriti (2e cie) opgericht.
25 maart:
Detachement te Bereteh (2e cie) opgericht.
26 maart:
Overgenomen van het Soembawa-bataljon 1e cie. (wordt 6e cie).
4 april:
Overgenomen van het Lombok-bataljon (LOUIS) 1e cie. (wordt 7e
cie).
2 mei:
Detachement Gilimanoek (5e cie) opgericht.
6 mei:
Louis wordt geopereerd en overlijdt 10
mei.
11 mei:
Detachement Sendang (5e cie) opgericht.
15 mei:
De 6e en 7e cie overgegeven aan het IIIe Bataljon B/L Brigade.
17 mei:
5e Cie van Tabanan naar Tjoeloekan-Bawang verplaatst.
31 mei:
Commando overgegaan van Majoor C.F. Hazenberg aan Kapt. F.C.G. v.d. POEL.
31 juli:
IIe Bataljon wordt ingelijfd bij de "Y"Brigade en krijgt het nummer
XI.
2 oktober
1945:
Reorganisatie van het Bataljon
Resumerend:
James Louis werd
opgeleid en ingedeeld bij de B/L-(inf.)Brigade,
het IIe (Lombok)Bataljon 1e
Compagnie.
Op 4 april werd de 1e compagnie van het Lombok-bataljon overgenomen
en wordt zij het 7e.
Op 15 mei werden de 6e en 7e compagnie overgedragen aan
het IIIe bataljon B/L Brigade.
Het IIe Bataljon wordt pas op 31 juli ingelijfd
bij de inmiddels opgericht "Y"Brigade(25 juni 1946)en komt dan pas
het XI te heten.
Wat Louis dus nog heeft meegemaakt aan opleiding en
krijgsverrichtingen vindt plaats bij het IIe (Lombok)Bataljon 1e Compagnie van
de B/L-Brigade (Gadjah Merah).
Op 3 maart 1946 werd hij gedebarkeerd te Benoa(Bali)
en werd er bivak gemaakt te Negara.
Hij heeft zich vermoedelijk gedurende 2
maanden nog bezig kunnen houden met het "krijgsbedrijf".
Het is een
heel gepuzzel, daar op elk stukje archief weer andere gegevens staan
betreffende zijn onderdeel waartoe hij behoort zou kunnen hebben.
Het veldhospitaal viel
bijv onder het XII, en een maand later kwam correspondentie van het III
bataljon van de B/L-Brig. waaronder de 7e compagnie inmiddels viel.
Inleiding geschiedenis van de
latere zogenoemde XI Brigade:
Onder drang der
omstandigheden werden in october 1945 te Siam 3 bataljons geformeerd,
bestaande uit vrijwillig aangemelde en goedgekeurde ex-krijgsgevangenen
afkomstig van het oude KNIL, welke bataljons zouden behoren tot het 1e
Java-Echelon.
Deze bataljons waren gelegerd respectievelijk:
1e + 3e bataljon
in het voormalige ex-krijgsgevangenkamp te Tamuan;
2e bataljon te Cholbury.
In de zgn trainingskampen
van de 3 bedoelde bataljons was gedetacheerd een hoofdofficier van het
Britsche leger - als hoofdinstructeur - met een kleine afdeeling
Britsch-Indische militairen, dat bestemd was op te treden als demonstratie
afdeeling.
Samenstelling en oefenperiode:
Door de te Bangkok
aanwezige staf van het 1e Java-echelon bestaande uit Lt.Kol.Gen.Staf van Gulik,
de majoor G.St.B.A. van Gulik en andere officieren was een organisatorische
lijst samengesteld betreffende personeel, materieel en bewapening van de
verschillende bataljons.
Medio october 1945 kwamen de vrijwilligers van het 2e
bataljon te Cholbury aan, waarna onmiddelijk
begonnen werd met indeeling, herkeuring, bewapening en kleeding, zoodat eind
october met de training kon worden begonnen.
Het
2e bataljon onder commando van den Majoor Inf.
K.N.C.F. Hazenberg bestond, behalve uit de bataljonsstaf, uit 5
tirailleurcompagnien + 1 administratie-compagnie (stafcie).
Na drie maanden
van intensieve opleiding kwam de officieele mededeeling, dat de 3 incomplete
bataljons van het 1e Java-echelon, zouden worden geformeerd to 2 bataljons
voor de B/L-Brigade.
Vertrek uit
Siam:
Medio februari 1946 werd
op de reede van Bang-Seng ingescheept in het Engelsche troepentransportschip
"RAJULA" waarmede ook het 1e bataljon uit Tamuan vervoerd werd.
Te
Singapore werd verscheept op 2 andere Engelsche transportschepen "ROCKSAND"
en sistership van de "SAINFOIN" vergezeld van de
L.S.T.'s
History of ship Rocksand:
Laid down as CAPE ARGOS, completed as -
1944
1944 EMPIRE ANVIL, MOWT managed by Furness Withy & Co.
1944 ROCKSAND, Royal
Navy.
1946 EMPIRE ANVIL, MOWT managed by Furness Withy & Co.
1947 United States Maritime Commission.
1948 CAPE ARGOS, Same owner.
1948 To be sold to China and renamed HAI YA, sale postponed.
1950 EMPIRE ANVIL, U.S.Maritime Commission, laid up in James River, Va.
1960 HAI YA, China Merchants S.N.Co, Taiwan
1973 FU MING, Yangming Marine Transport, Taiwan.
1974 Scrapped Keelung.
L.S.T.'s 3010, 3020 en 3052, waarbij het
2e
bataljon aan boord ging van de "SAINFOIN".
Na eenige dagen op de reede van Soerabaia te hebben gelegen, werden op
2 maart
1946 ter reede van Sanoer(eiland Bali) de staf
van B/L-Brigade alsmede het 1e bataljon + een
compagnie van het 2e bataljon gedebarkeerd.
Aankomst te
Bali:
Op 3 maart 1946 debarkeerde het
IIe bataljon te Benoa, waarbij de volgende dislocatie van het
bataljon plaats vond.
BnStaf + stafcie - te Denpassar /
1e compagnie - te Negara /
2e en 4e cie - te
Denpassar /
3e cie - te Gianjar /
5e cie - te Tabanan.
De 5e maart vertrokken
de 2e en 4e cie naar Singaradja.
Verdere verrichtingen:
Afhankelijk van het verloop van
de krijgsverrichtingen werden gedurende de Bali-periode de volgende
detachementen betrokken:
2e cie: Pempetan, Batoeri en Bereteh /
3e cie:
Blahkioe en Selat /
4e cie: Tandj.Koela, Sererit, Kintamanie en Sangsit. /
5e cie: Penebel en Gilimanoek, Tjoeloekan-Bawang, Sedang.
Samenstelling van het (latere)
InfXI:
Bij Commandementsorder
van den troepencommandant van de B/L-Brigade ddo. Denpasar 25 juni 1946 nr.149 werd mededeeling gedaan betreffende de
oprichting van de "Y"Brigade, waarbij deze Brigade zou bestaan uit 2
Siam bataljons.
Het 2e bataljon
zou het nieuwe nummer XI krijgen terwijl het nummeriek incompleet zou worden aangevuld met 2 inheemse
compagnieen. enz. enz.
UITVOERIG VERSLAG DER
PERIODEN van de Xe Inf.Brigade welke qua beleving en inhoud niet wezenlijk
verschillen met die van de XIe Brigade:
ALGEMEEN:
Direct
na de capitulatie van
Japan, gedreven door het verlangen te helpen bij de wederopbouw van Ned.Indie,
werd in Siam begonnen aan de organisatie van zgn. fitte bataljons.
Hierin
werden opgenomen de middels provisorische Medische Keuringen, gezond verklaarde
mannen tot een leeftijd van 30 jaar.
Deze leeftijdsgrens werd later gesteld op
40 jaar.
Waar uitsluitend kon worden gelet op psychische en physieke
geschiktheid, was de samenstelling der te vormen Bataljons, wel zeer
merkwaardig.
Alle wapens en diensten waren vertegenwoordigd, beroeps-
dienstplichtig- en res. personeel/ geoefend en ongeoefend, Stads- en
Landwacht, kortom een ieder die fit was, onverschillig zijn militaire
opleiding, deed mee.
"Gezien de bijzondere zware jaren, als krijgsgevangenen in
Burma en Siam doorgebracht, wel een prachtige demonstratie van ongebroken
geestkracht."