|
|
2 april 1946:
5-InfI vertrek vanuit Ampenan terug naar Bali en werd administratief.
overgegeven aan het II Bataljon en gestationeerd te Mengwi.
7 april 1946:
1-InfI vertrok naar Bali, over naar II Bataljon en werd geplaatst op Kediri.
ALGEMEEN:
Kenmerkend voor het begin van
deze periode op Bali, was het optreden van grote benden, terwijl geregeld
voorkwam dat transporten in hinderlaag liepen.
In de loop der tijden werd door
zeer actieve patroillegang de vijand gedwongen zich te versnipperen en terug
te trekken in de bergen.
Grote benden ageerden op 11 april bij een aanval van
plm. 500 man op het Garnizoen Denpasar op 3 plaatsen: De Proja kazerne -
Ksatriahotel en de veldpolitiekazerne.
De toegangswegen tot Denpasar werden
versperd.
Telefoon en waterleiding afgesneden. 1 Peloton 5-InfI en 1 peloton
1-InfI, zuiverden de toegangswegen.
Terwijl van 1 InfI voor enige dagen 2
sectien te Denpasar werden gedetacheerd en 1 te Koeta.
13 april 1946
werd begonnen met het terugvoeren van 3-InfI naar Bali.
2 Pelotons werden
geplaatst in Negara en 1 peloton in Gilimanoek.
16 april 1946
ging 2-InfI terug en werd op Bali aangekomen verdeeld als volgt: 1 peloton te
Penebel, 1 peloton te Singaradja, 2 sectien te Koeta vliegveld en 1 sectie te
Benoa.
21 april 1946
volgde een gedeelte van Bataljons Staf en Staf Compagnie.
27 april 1946
overleed de Kpl Hulskamp, D.L. stbnr 96095 van 2-InfI te Koeta, tengevolge van
een ongeluk.
29 april 1946
werd het peloton van 2-InfI van Koeta-Benoa overgebracht naar Antosari.
Van
1-InfI liep tijdens een patrouille een peloton op vijandelijke weerstand. De
achtervolging had echter geen succes.
3 mei 1946
werd een actie ingezet tegen een vijandelijke bende door 4 sectien van 1-InfI,
3 sectien van 5-InfI, 1 sectie van 2-InfI en 1 sectie van het II Bataljon in
de omgeving van Patoeng.
9 mei 1946
kwam een algemene reorganisatie in de verschillende sectiegebieden.
Aan InfI
werd als actiegebied Midden-Bali toegewezen.
De Majoor van Beek, teruggekomen
van Lombok besloot de administratie van het Bataljon in Denpasar te
stationeren, terwijl het operatieve gedeelte geplaatst werd in Tabanan.
Tevens
werd besloten tot de dislocatie: 1-InfI Kapt G.H. de Kleyn, Denpasar Mob Cie,
zgn Vliegende Colonne. / 2-InfI Elt R. Kohler Penebel. / 3-InfI Ritmeester T.
Bassa Tabenan. / 4-InfI Kapt K. v.d. Ploeg Antossari. / 5-InfI Elt H.J.
Schrader Mengwi.
10 mei overleed Louis James te
Denpasar

15 mei 1946
had
plaats een omsingelingsactie bij Samsan Doea, NW van Tabanan, waaraan werd
deelgenomen door: 2-InfI met 2 sectien, 1 peloton van 5-InfI, 2 pelotons van
3-InfI, 2 sectien van 1-InfI.
Deze laatste 2 sectien, zouden ten zuiden van
Krambitan een landing plegen.
Door de hoge branding aan de kust aldaar, moest
echter van de landing worden afgezien.
Buit bij deze actie was niet gering.
Voor een juist begrip van de op dat moment heersende toestand, moge het
volgende worden vermeld.
Vrijwel geheel Midden-Bali, was bijna ontvolkt.
De
gehele bevolking verbleef, grotendeels daartoe door terroristen gedwongen, in
bossen en ravijnen.
De strengste straffen waren gesteld op contact met de
Hollandse troepen; wegen waren opgebroken, bruggen vernield een ieder werd
wijs gemaakt, dat hij als hij in handen viel van de "kompenie" op de
wreedste wijze zou worden gemarteld.
In de kampongs werden slechts oude
vrouwen en kleine kinderen aangetroffen.
De verzetspartij had zich
georganiseerd in:
a. de met vuurwapens, waaronder vele automatisch, bewapende
verzetskernen, waarbij de leiders en verscheidene Jappen.
b. een groep lieden,
die in nauwe samenwerking met de a-groep, hetzij actief aan de strijd
deelnamen (bewapening slag- en steekwapens) hetzij voor waarschuwingsdiensten
of vernielingswerkzaamheden werden aangewezen.
Het waarschuwingssysteem werkte
uitstekend en bemoeilijkte het optreden van onze patrouilles zeer.
c. de grote
groep uit hun kampongs verdrevenen, die zich schuil moesten houden en voor
allerlei werkzaamheden werden gebruikt, zals koeliediensten bij
verplaatsingen, bouw van kampementen, die in ontoegankelijke terreinen werden
opgetrokken en waarbij zelfs smederijen, kleermakerijen, hospitalen enz.,
zoals ons later bleek, niet ontbraken.
Bij de actie te Samsan Doea werd een
40tal gevangenen gemaakt, afkomstig uit de kampong.
Deze werden in Tabanan
aangehouden.
Na plm. 8 dagen deelde de kepala-kampong mede, samen te willen
werken met onze troepen.
Dit aanbod was natuurlijk, zeer vriendelijk, maar
eenige zekerheid dat de lieden, die liever samenwerkten, dan gevangen zaten,
niet wederom onze tegenstanders zouden zijn, zodra ze werden losgelaten was
uiteraard niet aanwezig.

Tot zover het niet helemaal
afgemaakte verslag van de VIJFDE periode.
the end

|