|
|
Het
ereveld Pandu bij Bandung

Het is te hopen dat een
later ras
van menschen, dat het zonder strijd kan stellen,
zich nog herinnert hoe het vroeger was
en er zijn kinderen van zal vertellen:
dat er toen
helden waren, jong en echt
en grooter levend dan de wereld duldde,
die met hun plicht instonden voor het recht
en dezen plicht tot in den dood vervulden;
dat er toen
moeders waren, die het leed
dat zij al hadden nog vermeerderd zagen
met een verlies, zoo onbegrijpelijk en wreed
dat slechts een moeder het zoo fier kon dragen;
dat er toen
alom strijd was, en verdriet
om wie zich uit dien strijd niet redden konden;
dat er geen dag voorbijging dat er niet
ergens een mensch in tranen werd gevonden
Menschen van
later, als gij eenzaam zijt
en u bedroefd voelt op een stille avond,
denkt dan aan het verdriet van deze tijd
en hoeveel harten toen wel niet zijn gehavend...
H.J.
Scheepmaker
uit:"Het Gedenken"

Overzicht van het ereveld.
7 Maart
1948
Het was zes
jaar geleden, dat de capitulatie van het voormalig Nederlands-Indië
in de strijd tegen Japan had plaats gevonden.
Het laatste KNIL-bolwerk,
de Tjiaterstelling ten noorden van Bandung, was na hevige strijd
gevallen.
Het overmachtige japanse leger, gesteund door zijn
luchtmacht, had onze militairen verdreven uit Subang-Kalidjati en
tenslotte uit de Tjiaterstelling.
Honderden lieten hierbij het leven;
officieren, kader en manschappen. Verspreid over het terrein en
overwoekerd door tropische plantengroei lagen de graven en massagraven
van Nederlandse soldaten.
Pas in 1947 kon een aanvang worden gemaakt met de opsporing,
identificatie en herbegraving.
Inmiddels was hiervoor te Bandung een
ereveld aangelegd dat op 7 maart 1948 werd ingewijd.
Centraal tijdens de inwijding stond de herbegrafenis van de laatst
gevonden stoffelijke resten van gesneuvelde militairen.
Veertien
doodskisten, elk gedekt door de Nederlandse vlag, waarop een helm, een
palmtak en een bosje rozen, stonden aan de voet van de vlaggenmast.
De Nederlandse vlag halfstok.
De rij kisten werd geflankeerd door bronzen
schalen, gevuld met dennenhout, vermengd met wierook.
Rondom het
cirkelvormig vlaggenplateau waren Nederlandse troepen opgesteld; velen
hadden meegestreden bij de Tjiaterstelling.
Achter elk grafkruis stond een padvinder.
Tegenover het monument: familieleden, belangstellenden, civiele en
militaire autoriteiten.
Na een muzikale inleiding door de Stafmuziek
van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) hield de
legercommandant, generaal S.H. Spoor, een openingswoord.
Hierna sprak recomba (regerings-commissaris voor
bestuursaangelegenheden) R.A.A. Hilman Djajadiningrat een
herdenkingsrede waarna een rooms-katholiek en protestantse geestelijke
een gebed uitspraken en een moslim priester de doden zegende.
Vervolgens werd het ere-appèl gehouden en defileerde het vuurpeloton
langs de kisten met daarachter de dragers.
Deze namen de kisten op en
droegen ze naar de graven.
'Worte bevelen volgden, het vuursalvo knalde als één schot, de
gedempte galm van 'The Last Post' weerklonk over het ereveld, een
escadrille van de Militaire Luchtmacht scheerde over de vlaggenstok en
over de kruisen en graftekens. '

Op het verhoogde gedeelte werd het
vlaggenmonument geplaatst.
Op de sokkel van de vlaggenmast staat
vermeld:
'Ere aan de gevallenen in de strijd voor het herstel van
orde, rust en welvaart.
Tjiater Kalidjati Soebang. Depot Bataljon XVe
Bataljon Tjihapit Karees 's Lands Opvoedings Gesticht.
Cheribon,
Banjoemas, Tjiandjoer, Preanger, Soeka Miskin, Bronbeek." Om het
vlaggenmonument heeft men een granieten cirkel met de twaalf tekens
van de dierenriem en de symbolische tekens van de vier grote
godsdiensten, eik in rood glazuren tegels, uitgevoerd.
In een
concentrische buitencirkel, heeft men tegen de opstaande rand op
gelijke afstand elf gedenkplaten aangebracht met de namen der
gesneuvelden van de Tjiater- en Subangstelling, wier stoffelijke
resten hierheen werden gebracht.
Behalve graven van omgekomen
KNIL-militairen bevinden zich op dit ereveld ook veel graven van
burgerslachtoffers die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog of
daarna tijdens de zogenaamde bersiapperiode.
Een voorbeeld hiervan is
het gedeelte 'Bronbeek' met verzamelgraven van burgerslachtoffers die
tijdens de bersiap vielen in de Bandungse wijk Bronbeek.
Van velen kon
destijds de identiteit niet meer worden vastgesteld.
In het verlengde van de hoofdingang van het ereveld werd op een stenen
plateau het centraal monument aangelegd.
Op dit monument, dat in een
waterbassin is geplaatst en rust op tien pilaren, staat de tekst:
"Opgericht ter nagedachtenis aan hen die vielen als offer in de
strijd om vrijheid en recht.
" Oorspronkelijk bevond zich onder
het monument een bronzen vat met een eeuwige vlam.
Zo ontstond een
vierledige opbouw van 'stof', 'lucht', 'vuur' en 'water' die de
samenstelling van de aarde symboliseerde.
Links van dit monument bevindt zich de tombe van de Onbekende Soldaat
met daarop een helm, een bronzen zwaard en een lauwerkrans. Rechts
staat de tombe van de Onbekende Burger waarop een bronzen fakkel met
lauwerkrans rust.
Tussen beide tomben, in het midden, bevindt zich een
stenen zerk met daarop in reliëf een goudkleurige leeuw welke de
saamhorigheid symboliseert.

Generaal Spoor
Er bevinden zich nog twee monumenten
op dit ereveld.
Links van het vlaggenmonument staat het zogenaamde 'Padalarangmonument'
met de namen van vijf slachtoffers.
Het opschrift: "Ter nagedachtenis aan de leden van een gezelschap
die ter ontspanning van de troepen te velde voorstellingen verzorgden.
Zij kwamen op 10 februari 1948 te Padalarang met anderen bij een
vliegongeval om het leven in een toestel van de Militaire Luchtvaart
van het KNIL."
Bandung was de bakermat van het KNIL. Een prominente plaats op het
ereveld wordt daarom ingenomen door het fraaie
KNIL-monument.
Het
monument werd ontworpen door mevrouw Thérèse de Groot-Haider en
stelt twee op wacht staande KNIL-militairen voor.
De bamboehoed,
klewang en karabijn karakteriseren het uiterlijk van de KNIL-soldaat.
Het is een kopie van het exemplaar dat werd geplaatst bij 'Bronbeek',
het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen, in Arnhem.
Het initiatief
voor de plaatsing op het ereveld werd destijds genomen door Hr. Ms.
ambassadeur, G.W. Baron de Vos van Steenwijk, in samenwerking met de
besturen van de Stichting Herdenking KNIL en de
Oorlogsgravenstichting.
Op 15 augustus 1991 werd het monument onthuld.

|