Louis was één van de drie zonen van Johannes Reinhardt
Hubertus Eijsbroek.
Hij was aanmerkelijk kleiner dan zijn 2 broers maar wel zo
krachtig! (info Jan Eysbroek).
Samen met zijn 2 broers werd hij gedeeltelijk groot gebracht en
opgevoed in het Katholieke jongensinternaat/gesticht Vincentius te Buitenzorg.
Hij
doorliep met goed gevolg (gediplomeerd) de landbouwschool te Soekaboemi.
Nadien vond hij als koffie- en rubber-planter een betrekking op de C.O.(Cultuur
Onderneming) Trebla Sala, halte Glenmore (dorpje, resorterend onder de kustplaats
Banjuwangi) op
de zuidelijke helling van de Gunung Raun waar hij ook een onderkomen bezat.

Louis James met de zoontjes van broer "Johannes",
Harry en Jimmie
Officieel was hij een inwoner van Djember, Kebonsari nr.221, waar zijn gezin woonde
,
te weten zijn levensgezellin Raden Ajoe Soeratmi en zijn 2 natuurlijke wettige
zonen.
De eerste zoon werd geboren op 24-04-1938
te Djember en werd Johny Hubertus genoemd; de tweede werd ook in Djember geboren op
13-12-1939
en heette Walter Louis.

Sjizoeko
Otzobo, de moeder van Louis. Zij stamt uit een Japans adelijk geslacht.
Louis James werd geboren op 15-06-1904
te (Buitenzorg?) uit een Japanse moeder.
Zijn moeder werd geboren te Saga op het schiereiland in Japan in
1885.
Saga ligt op het zuidelijke Japanse eiland Kumamoto wat zich vrij dicht
bij de zuidpunt van Zuidelijk Korea bevindt.
Saga ligt in de driehoek van
steden met o.a. Fukuoka en Kurume.
Zij huwde Johannes op nog onbekende datum en plaats.
In november 1913 verlieten Johannes en Sjizoeko Indië om (volgens familieinfo, Karen Brøker)
naar Japan te gaan.
In de periode november 1913 en juli 1917 staat Johannes
genoteerd bij de burgerlijke stand te Rotterdam als: 'zonder vaste woonplaats in Nederland'.
In juli 1917 duikt hij
weer op in Rotterdam en een maand later op 17-8-1917 overlijdt Sjizoeko in
Rotterdam op
32jarige leeftijd door onbekende oorzaak.
Haar overlijden werd niet door Johannes aangegeven wat
van alles kan betekenen, maar Johannes
was vermoedelijk niet in de buurt.
Haar zoon Louis is dan
inmiddels 13 jaar oud.
De talenkennis van Louis betroffen speciaal
Engelsch, Madoereesch en Maleisch.
Als godsdienst gaf hij op Rooms-Katholiek te zijn, bloedgroep O, 1.62
m lang en droeg een litteken op het voorhoofd.
Aan de militaire instanties gaf
hij op gehuwd te zijn te Djember op 3-12-1931
met de 18jarige Raden Ajoe Soeratmi die aldaar werd geboren op 14-01-1913.
Als bewijs voor een huwelijk is in een latere correspondentie van Soeratmi met
instanties niets gebleken.
Ook zijn opgave aangaande zijn natuurlijke moeder
kan onmogelijk kloppen daar hij opgaf een zoon te zijn van een zekere Louise
Anna Christensen.
De zwager van zijn vader was wel een 'Christensen', Frederik
genaamd.
Het gezin van Louis woonde Kebonsari 221 te Djember. (In 1954 woonde
mevr. Anwar-Soeratmi op het adres Kebonsari 178 te Djember)
Zij was nu dus wel gehuwd en wel met Anwar, een Bandjarees.
Naarmate de onrust in Zuidoost-Azië toenam moesten de
meeste weerbare mannen steeds vaker opkomen bij de zogenaamde Landstorm.
Louis werd voor het
eerst onder de wapenen geroepen bij de militie in januari 1925, voor 10 maanden en kreeg
een opleiding bij de Veldartillerie.
In mei werd hij Mil. Brigadier en in
oktober ging hij met Groot Verlof.
In 1929 ging hij voor 3 weken op herhaling;
in 1933 en in 1937 nog eens.
In 1940 kwam hij voor een periode van 3 x 3 weken op
bij de Landstorm III Brigade te Malang en in augustus werd hij bevorderd tot
sergeant 2e klasse.
Op 8-12-1941 werd de situatie serieus en werd hij gemobiliseerd.
Op 8-03-1942 uiteindelijk krijgsgevangene gemaakt door de Jappen van welke periode
van hem geen bijzonderheden bekend zijn. (zie de link in
de vorige zin)
Nadat de Japanners werden verslagen is
Louis uit
krijgsgevangenschap teruggekeerd en opnieuw
militair opgeleid maar nu als "KNILLER" om Indië te bevrijden van
de Indonesische Nationalisten (Indonesische revolutie).
Hoe het hem tijdens
deze korte periode is vergaan is niet bekend, maar voor krijgsverrichtingen
had hij waarschijnlijk slechts 2 maand de tijd.
3 Maart debarkeerde hij om 2 maand later op 6 mei
1946 te worden geopereerd aan zijn
darmen "blindedarm?" in het
veldhospitaal te Den Passar, wat viel onder de
Inf XII
brigade.
Op 10 mei 1946 overleed hij, 4 dagen na de operatie, ten gevolge van complicaties.

Louis diende als 1ste Sergeant (nr.25804) bij "Inf
XI.B/L(Bali
Lombok)Brigade, II
Bataljon, 1e Compagnie" en halverwege zijn periode op Bali bij de
7e Compagnie.
In het veldhospitaal viel hij
latewr administratief (postadres o.a.)
onder het Inf XI bat. I-Cie
Soembawa.
Latere militaire
correspondentie aangaande zijn overlijden kwam weer van het III-Bataljon 2e
Compagnie.
Het is niet eenvoudig om nu precies te achterhalen bij welke
onderdelen hij achtereenvolgens administratief was ondergebracht vanwege de
veelvuldige hernieuwde samenstellingen van de verschillende onderdelen.

Zij die vielen