Mineralen
In dit deel zal aandacht worden besteed aan
mineralen, wat zijn het, wat doen ze en waar zitten ze in enzovoorts.
_ Mineralen zijn erg belangrijk voor het goed verlopen van de stofwisseling.
De meeste komen voor in hele kleine hoeveelheden; ongeveer 4 % van ons lichaam bestaat uit mineralen.
Voor een deel zijn deze ingebouwd in cellen, enzymen, weefsels, vitamines en hormonen. Daarnaast doen ze als losse elementen hun werk.
We noemen ze dan elektrolyten, omdat deze een positieve of negatieve lading hebben.
De elektrolyten zorgen voor de juiste zuurtegraad (pH) in ons lichaam.
Voor de stofwisseling hoort de zuurtegraad van het bloed binnen een bepaalde waarde te blijven, namelijk 7.2 en 7.4.
De mineralen, al dan niet in verbinding met andere stoffen, maken het mogelijk de zuurtegraad binnen deze smalle marge te houden.
Mineralen
_ Net als vitaminen zijn mineralen nodig voor het goed laten functioneren van de diverse processen in het lichaam en nemen we ze in
met onze voeding.
Mineralen zijn echter simpeler van samenstelling en ons lichaam heeft er dagelijks ook veel minder van nodig. Voorbeelden van mineralen zijn onder meer
calcium, magnesium en natrium.
Sporenelementen zijn mineralen waar we slechts een zeer kleine hoeveelheid van nodig hebben.
Voorbeelden hiervan zijn chroom, koper, ijzer en selenium.
We maken verschil tussen macro-elementen, mineralen waarvan we wat meer (nodig) hebben, en de
spoorelementen, die in hele kleine hoeveelheden voorkomen.
Macro-elementen:
Calcium
Chloor
Fosfor
Kalium
Magnesium
Natrium
Zwavel
Spoorelementen:
Chroom
Fluor
IJzer
Jodium
Kobalt
Koper
Mangaan
Molybdeen
Selenium
Silicium
Tin
Vanadium
Zink
Het belang van mineralen
_ Mineralen zijn metalen en andere anorganische stoffen die ongeveer dezelfde werking hebben als vitaminen.
Ze stimuleren de lichaamsprocessen en helpen bij de vorming van tanden en botten.
Mineralen worden in twee groepen onderverdeeld.
De mineralen ( calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium, chloor, en zwavel) zijn nodig in hoeveelheden van meer dan 100 mg per dag.
Van de andere mineralen hebben we minder dan 100 mg per dag nodig.
Dit zijn zink, borium, chromium, selenium, silicum, koper, mangaan,
molybdeen en vanadium.
Jodium broodnodig
_ Kort geleden is op advies van het Ministerie van Volksgezondheid de hoeveelheid jodium in keuken- en tafelzout (Jozo) verdubbeld,
om de kleine brood-eter tegemoet te komen.
Voornamelijk meisjes en jonge vrouwen eten vaak te weinig brood met als gevolg een lichte vorm
van krop.
Ook oudere mensen die weinig brood eten en nauwelijks keukenzout gebruiken hebben een verhoogd risico.
Uit diverse onderzoeken komen nu ook aanwijzingen naar voren dat jodiumdeficiëntie tijdens de kritische periode in de zwangerschap irreversibele
schade aan de hersenontwikkeling van het kind toe kan brengen.
Een andere risicogroep vormen allochtone bevolkingsgroepen die zelf brood (vervangers) bakken zonder gejodeerd keukenzout. Ook brood van
de reformwinkel bevat niet altijd gejodeerd zout, soms is het gebakken met zeezout. In ons land is brood, naast zeevis, de belangrijkste bron van
jodium. 3-4 sneetjes brood per dag zijn nodig om te voorzien in de jodiumbehoefte. Indien iemand nauwelijks brood eet, is het aan te raden minimaal
2 maal per week zeevis te eten.
Naam mineraal
Belangrijkste functie
Goede bronnen (in welke voeding komt het vooral voor)
Belangrijkste gevolgen van tekorten
!) Calcium
- houdt botten en tanden sterk
- nodig voor werking van verschillende hormonen,
- belangrijk bij bloedstolling, botvorming en spiercontractie
- Bonen, noten, peulvruchten, groente en fruit
- Osteoporose,
- Groeibelemmering
- Spierkrampen
2)
IJzer
- nodig voor het afweersysteem
- nodig om zuurstof naar cellen te brengen,
- nodig voor een optimale functie van de lever,
- Lever, nier, rauwe oesters, stroop, eierdooier, groene groente, peulvruchten.
- bloedarmoede,
- bleekheid,
- kortademigheid.
3) Magnesium
- zorgt voor een goede bloedstolling,
- zorgt voor gezonde tanden,
- herstelt en onderhoudt lichaamscellen,
- Peulvruchten, noten, volkoren producten, groene groenten en pure chocolade, vis.
- nervositeit,
- hartkloppingen,
- verlies van botweefsel,
- PMS.
4) Zink
- nodig voor vruchtbaarheid bij mannen,
- nodig voor immuunsysteem,
- (orgaan)vlees, melk, noten, volkoren producten, biergist, oesters, eidooier,
-
witte vlek op nagels.
- slechte haargroei,
- acne,
- depressiviteit.
5) Borium
- Kan calcium verlies verminderen,
- Helpt osteoporose te voorkomen,
- Vormt spierweefsel
- Peren, gedroogde pruimen, tomaten, appels, rozijnen
- problemen met opname van Calcium
6) Kobalt
- Werkt samen met VitB12 aan de vorming van nieuwe bloedcellen en aan een gezond zenuwstelsel,
- Verse groene bladgroenten, lever, melk, vis.
- Niet bekend.
7) Chroom
- vergroot insuline werking,
- speelt een belangrijke rol bij het handhaven van de bloedsuikerspiegel
- Lever, volkoren producten, kaas, biergist, fruit, groene bladgroente,
melk en melkproducten.
- suikerziekte,
- hypoglycemie,
- vermoeidheid,
- stemmingswisselingen.
8) Koper
- Nodig voor productie van bijnierhormonen,
- Bevordert ijzeropname,
- Avocado’s, eidooier, orgaanvlees, vis, noten, peulvruchten, volkorenproducten.
- oedeem,
- bloedarmoede,
- haarproblemen,
- lichtgeraaktheid.
9) Jodium
- Beschermt tegen de schadelijk effecten van radioactief materiaal,
- Bevordert gezond haar, huid, nagels,
- betrokken bij synthese van schildklierhormoon,
- Ananas,vis, zeewier, rozijnen, zuivelproducten,
jodiumverrijkte zout, schaal en schelpdieren.
- droge huid,
- verminderde immuun activiteit,
- vergroot schildklier.
10) Fluor
- Beschermt tegen tandbederf
- Helpt hartziekten te voorkomen,
- Beschermt en helpt tegen osteoporose,
- Vis, vlees, zwarte thee, schaal- en schelpdieren.
- tandbederf.
- onvruchtbaarheid,
- bloedarmoede,
11) Kalium
- Nodig voor zenuw- en spierfunctie,
- Voorkomt en behandelt hoge bloeddruk,
- Stabiliseert inwendige celstructuur,
- Groene bladgroenten, fruit,
noten, aardappelen, sojameel,
tomaten.
- braken,
- duizeligheid,
- lage bloeddruk,
- dorst.
12) Mangaan
- Nodig voor hersenfunctie,
- Nodig voor botstructuur,
- Nodig als antioxidant,
- Granen, koffie, groente, wortels, lever, noten, zeewier, peulvruchten.
- vermoeidheid,
- slechte geheugen,
- zwakke botten,
- epileptici.
13) Molybdeen
- Nodig voor gebruik van ijzer,
- Helpt tegen impotentie bij mannen,
- Boekweit, wortelen, eieren, peulvruchten, volkoren producten.
- lichtgeraaktheid,
- onregelmatige hartslag,
- geen urinezuur kunnen maken.
14 Selenium
- Werkt als antioxidant,
- Bevordert gezonde haar en huid,
- vis, uien, tomaten, volkoren producten,(orgaan)vlees, melk, knoflook.
- staar,
- vertraagde groei,
- hartaandoeningen.
15 Vanadium
- kan hartziekten voorkomen,
- kan tandbederf voorkomen,
- kan bloedsuiker gehalte verlagen,
- Peterselie, radijs, gelatine, sla, kreeft, noten, (orgaanvlees), volkorenproducten
- niet bekend
.

Redactie: info(at)
rijskamp
Leeuwarden, 16 maart 2004
|