Ons spijsverteringssysteem:
_ De spijsvertering
is erop gericht om voedsel om te zetten in energie.
Het lichaam doet dat zeer effectief:
Het slaat verteerde voeding op in weefsels als reserve en verbruikt op dat moment wat het nodig heeft.
Zo hoeven we niet steeds te eten om te bewegen.
_ Het omzetten naar verbrandingsprocessen van die opgenomen energie noemen we stofwisseling.
Met een duur woord Metabolisme.
_ Het lichaam heeft altijd reserves in petto en zal alles in het werk stellen die voorraden te
complementeren, sterker soms over-complementeren :
we worden dik!
Omdat we bestaan uit koolwaterstoffen bestaat ons basisvoedsel bijna altijd uit koolwaterstoffen.
_ Hoe eenvoudiger koolwaterstoffen van structuur zijn hoe makkelijker deze door de celwand te
transporteren zijn; Het opsplitsen van koolwaterstof kost
energie!
Het principe moet dus zijn:
Zo enkelvoudig mogelijk opnemen
_ Het lichaam houdt er gelukkig rekening mee dat er ingewikkelder koolwaterstofstructuren zijn.
We zien dan ook de volgende processen: Het fijnmalen van voedsel
* Met speeksel vindt eerste afbraak plaats
* Maagsap met pepsine, Zoutzuur HCl
een Intrinsic factor
* Alvleeskliersap
* Darmsap
_ In al deze stappen, behalve de eerste, zijn enzymen betrokken.
Enzymen breken stoffen af tot verwerkbare brokken voor de volgende stap.
Enzymen werken onder bepaalde omstandigheden optimaal zoals: pepsine dat alleen werkt in een zeer zure omgeving zoals de
maag.
Andere enzymen werken weer beter bij een bepaalde temperatuur.
Al met al een ingewikkeld proces dat erop gebaseerd is het voedsel zo klein te maken dat het de darmwand kan passeren.
_ Standaard verbruiken we 12.500kJ oftewel 3000 kilocal.
Bij zware arbeid loopt dit op tot al gauw 4500 kCal oftewel 18800kJoule.
Waaruit bestaat die brandstof nu eigenlijk?
Suikers:
_Er zijn suikers die uiteindelijk allemaal worden omgezet naar glucose, of worden opgeslagen in de vorm van
glucogeen.
Invloed op suikers hebben speeksel, alvleeskliersap en darmsap.
Vetten:
_Er zijn vetten die worden afgebroken tot vetzuren en Glycerol.
Deze splitsing vindt plaats door het alvleeskliersap.
_Er zijn verzadigde, onverzadigde en
meervoudig verzadigde vetzuren.
Onverzadigde vetzuren breken makkelijker in kleine stukjes op plaatsen waar het enzym makkelijk
bijkomt
Een groter molekuul blijft ook eerder aan de bloedwand kleven (plaque) en veroorzaakt een hoger
cholesterol.
Grotere vetmolekulen zoals Glycerol komen in het Lymfe terecht.
Vet bezit veel energie, isoleert warmte en electriciteit en geeft steun.
Eiwitten: De derde belangrijke stof, worden ook wel proteinen genoemd.

Redactie:
info(at)rijskamp.com
Leeuwarden, 15 maart 2004
|