
Common Gliding Lizard
Scientific classification (taxonomische
indeling)
Kingdom: Animalia (dieren)
Phylum: Chordates (chordadieren)
Subphylum:
Vertebrata
Class: Reptilia (reptielen
Order: Squamata (schubreptielen)
Suborder: Sauria (hagedissen)
Superfamily:
Acrodonta
Family: Agamidae (agamen)
Subfamily:
Draconinae
Genus: Draco (geslacht)
Species: Draco sumatranus volans (soort)
Binomial name: drago volans
_Draco volans, or the Flying Dragon,
is a "flying" lizard that lives in the rainforests of Asia and the East Indies.
They can also be found on rubber plantations.
It can spread out folds of skin attached to its movable ribs to form "wings"
that it uses to glide from tree to tree over distances upwards of 8 meters (25
feet).
Its wings are brightly colored with orange, red and blue spots and stripes, and
they provide camouflage when folded. The flying dragon can reach lengths as long
as 19 - 23 cm. It feeds on arboreal ants and termites. During breeding season
the female flying dragon will venture down to the forest floor and bury its 1-5
eggs in the soil.Its range is the Philippines to Malaysia and Indonesia. They
have short sticky tongues that they use to eat the ants and termites with.
_The Common Gliding Lizard Draco sumatranus is a common species found even in
urban parklands.
There is great variation in colour, with various shades of grey
or brown being found.
For males the gular flag is triangular and bright yellow
in colour, and for females it is much smaller, and is blue flecked with black.
_They feed on ants and other small insects. When encountered on a tree trunk they
have the habit of quickly moving to the other side and climbing quickly upwards.
Soort
Draco volans
Linnaeus, 1758
Het vliegend draakje (Draco volans) is een kleine hagedis uit de familie agamen
(Agamidae).
Algemeen
Deze soort kan maximaal 25 centimeter lang worden, waarvan tweederde staart.
Er bestaan ook wel vliegende gekko's, maar deze maken gebruik van huidflappen.
Vliegende draakjes hebben zes of zeven opvouwbare ribben ter versteviging en de
'vleugels' zijn hierdoor veel stugger.
Net als vleermuizen vingers hebben met grote dunne huidflappen, maar veel minder
ontwikkeld.
Een vliegend draakje kan alleen de ribben uitklappen en omlaag zweven, niet
opstijgen.
Het zweefvermogen dient om van predatoren af te komen.
Van bovenaf heeft het dier een bijna rond contour en lijkt enigszins op een
frisbee, hoewel de agame uiteraard niet ronddraaid.
Al zwevend kan een afstand worden overbrugd van 200 meter, veel verder als
Kuhl's vliegende gekko (Ptychozoon kuhli) of de vliegende kikker (Rhacophorus
reinwardtii).
De ribben kunnen ook worden uitgeklapt bij predatie; een slang kan de agame niet
opeten, omdat hij niet in de bek past.
Ook kan de hagedis snel langs de bomen
omhoog rennen, de 'vleugels' zijn dan opgevouwen.
Voorkomen en habitat
Het vliegend draakje komt voor in Maleisië, de Filipijnen, de Molukken en
Indonesië langs beboste oevers van rivieren, beekjes en meren.
Er is niet veel bekend over de levenswijze van deze agame, omdat de soort zeer
moeilijk in gevangenschap, zoals een terrarium, te houden is; dit dier heeft
veel ruimte nodig.
Het voedsel bestaat uit mieren, vliegjes en andere kleine ongewervelden.
Beschrijving
De kleur is bruin tot bruingrijs, maar er zijn erg veel kleurvariaties; soms
zijn de dieren geheel groen.
De keelzak van het mannetje is felgeel en die van het vrouwelijke dier
lichtblauw met donkerblauwe of zwarte vlekken.
De 'vleugels' onthullen als ze uitgevouwen zijn vaak motieven die doen denken
aan de vleugels van de dagpauwoog; oranje bij de vleugelrand, geel bij de flank
en een wit-omrand, zwart 'oog' aan de punt, en het oranje en gele deel is licht
gevlekt met kleine bruine vlekken.
Deze felle kleuren dienen ook als schrikkleur, als de agame de huidflappen opzet
komen ineens felle kleuren tevoorschijn die een predator schrik aanjagen.
Redactie: info(at)rijskamp.com
Cagayan
de Oro July 26, 2007

|