
Pasoeroean, huis met plompe kolommen
Blad III:
Plompe bakbeesten van huizen,
met dikke zuilen, die niets te dragen hadden dan een halfverteerd pannendakje,
en die aan alle kanten bedekt waren met vele lagen witkalk van jaren her,
zodat alle scherpe lijnen, alle hoeken, waren afgerond.
Alsof de zuilen waren
opgetrokken uit kneedbaar materiaal, uit een soepele brij, met handenvol door
klodderige koekebakkers gefatsoeneerd tot plompe kolommen.
Oud was de stad, snikheet, rommelig en vuil, met resten van vergane grootheid
en snobistische bouwsels van latere tijd.
De soos was voorzien van
ontzaggelijke zuilen.
Men zou daartussen wel Shakespeare's "Julius
Caesar' hebben kunnen opvoeren zonder enige noemenswaardige wijziging in de
entourage, zo voortreffelijk leenden zich de ruimten tussen de pilaren voor de
opstelling van Caesars doodbaar, mitsgaders de weidse gebaren van de
lijkredenaar.
Het residentshuis was eigenlijk een ruïne, mat afgebrokkelde
ringmuren en vervallen pleisterwerk, vol onvermoede kamers en 'bijgebouwen',
daterende uit de tijd der ongelimiteerde herendiensten, toen zulke groteske
steenklompen uit de grond konden worden gestampt zonder de begroting van het
land noemenswaard te belasten.

|